Speciaal basisonderwijs

Indien alle procedures en alle handelingen en extra hulp die wij geven onvoldoende opleveren, kan een verwijzing naar een vorm van Speciaal Onderwijs uitkomst bieden. Dit gaat echter niet zo eenvoudig. De school dient gedetailleerde handelingsplannen te hebben gemaakt en uitgevoerd met een kind waaruit blijkt dat de inspanningen van de school geen of onvoldoende resultaat hebben gehad. De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) beslist vervolgens of een kind al dan niet aangemeld kan worden bij een school voor Speciaal Onderwijs.
Het is niet mogelijk om een kind rechtstreeks bij een school voor Speciaal Onderwijs aan te melden. Noch de ouders, noch de school kan dit doen; alles loopt via de PCL.
Wat doet de Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL)?
Elke basisschool in Nederland is onderdeel van een samenwerkingsverband. Dit is opgebouwd uit een aantal basisscholen en één of meerdere scholen voor Speciaal Basis Onderwijs. Elk samenwerkingsverband heeft zijn eigen PCL. Ouders zijn verplicht hun kind aan te melden bij de PCL waar de eigen school onderdeel van uitmaakt. Volgens vastgestelde procedures -opvraagbaar via de school- beoordeelt de PCL vervolgens of uw kind toelaatbaar is tot een speciale school voor basisonderwijs. De PCL doet echter geen uitspraak over de school waar uw kind geplaatst wordt. Dat blijft een verantwoordelijkheid van de ouders zelf.
Het Leerlinggebonden Budget (LGB)
Per I augustus 2003 kunnen ouders hun kind aanmelden voor het zogenaamde "rugzakje". Dat is een budget waarmee ouders extra hulp en begeleiding kunnen inkopen voor hun kind. Een onafhankelijke commissie beoordeelt de aanvraag en beslist of het betreffende kind voor zo'n budget in aanmerking komt. Het is in principe mogelijk dat een kind op een reguliere basisschool blijft maar dat er vanuit het speciaal onderwijs ofwel andere deskundigen, externe hulp wordt ingekocht vanuit het genoemde budget. Er is sprake van meerdere "rugzakjes", ofwel budgetten. Dat is afhankelijk van de aard van de handicap van de betreffende leerling. U kunt zich indien nodig uitgebreid laten informeren bij onze IB'ers.
REGELING DIAGNOSE EN BEHANDELING DYSLEXIE
Achtergrondinformatie
Vanaf 1 januari 2009 is het door een wetswijziging mogelijk dat leerlingen in aanmerking komen voor door de zorgverzekeraar vergoede diagnostiek en behandeling van dyslexie. Deze regeling geldt alleen voor leerlingen met een hardnekkig lees- en spellingprobleem, waarbij de zorg start /is gestart voor het 9de levensjaar en de school op basis van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie al de nodige extra begeleiding heeft gegeven. Jaarlijks wordt de leeftijdscategorie met 1 kalenderjaar uitgebreid. Kinderen die vóór 1 januari 2000 zijn geboren, vallen buiten deze regeling. Zij kunnen wel in aanmerking komen voor diagnostiek en behandeling, maar niet voor vergoeding van de kosten.
Op basis van de diagnostiek wordt bepaald wat de aard en de ernst van de lees- en spellingproblemen is en of er sprake is van voldoende hardnekkigheid om tot vergoede behandeling over te gaan. Als blijkt dat de problemen niet voldoende hardnekkig zijn, wordt de diagnostiek wel vergoed, maar de behandeling niet. Ouders mogen zelf kiezen aan welk instituut zij de vraag naar vergoede diagnostiek en behandeling voorleggen. Onze school acht het onwenselijk en praktisch niet uitvoerbaar om haar lesaanbod aan behandelingen van verschillende hulpaanbieders aan te passen. Wij zullen bij de problemen van dyslectische aard, ook als ouders een andere keuze maken, hetgeen hun goed recht is, onze inspanningsverplichting volledig gestand doen. Hoe deze vorm gegeven moet worden is ter beoordeling van de school zelf.
Praktische zaken
1. Wanneer de behandeling onder schooltijd gebeurt zal hiervoor altijd door de ouders aan de school vooraf toestemming moeten worden gevraagd.
2. De school is niet verplicht hieraan medewerking te verlenen. De school zal hier slechts alleen dan toestemming voor kunnen geven wanneer zij het lesaanbod gedurende de behandeling accepteert als haar onderdeel van het te geven onderwijs aan uw kind.
3. Wij stellen het op prijs wanneer er eerst overleg met de school plaatsvindt, alvorens over te gaan tot aanvraag tot diagnose/behandeling. Bij aanmelding moeten namelijk zowel de ouders als de school vragenlijsten invullen. Dit houdt in dat ouders zonder ondersteuning door de school niet zelfstandig zo’n traject in kunnen gaan. Indien van toepassing:In de meeste gevallen betekent het ook dat de school al een Checklist Onderkenning Dyslexie Edux (“CODE”) heeft afgegeven. Er is dan officieel een vermoeden van dyslexie afgegeven. De CODE wordt op school afgegeven in samenwerking met de onderwijsadviseur van Edux.
4. Indien uw kind in aanmerking komt voor vergoede diagnostiek zal er onderzoek plaatsvinden. Het onderzoek is gericht op de oorzaak van de lees- en spellingproblemen en bevat naast een intakegesprek met de ouders waarin de ontwikkelingsanamnese van de leerling aan de orde komt ook onderzoek naar o.a. de capaciteiten van de leerling, het niveau van technisch lezen en spellen, de fonologische en sociaal emotionele ontwikkeling.
5. Het is in principe aan de ouders om de school te informeren over de uitkomsten van het onderzoek. Ouders bepalen of de school een onderzoeksrapport ontvangt t.b.v. het leerlingendossier op school. Op verzoek van de ouders kan de onderzoeker ook de school informeren over de resultaten van het diagnostisch onderzoek. Uiteraard zijn wij als school gebaat bij een zo uitgebreid mogelijke informatie teneinde de begeleiding van uw kind goed te kunnen afstemmen met de hulpvraag.
6. Op basis van de onderzoeksgegevens stelt de onderzoeker vast of de leerling in aanmerking komt voor vergoede behandeling. De conclusie vindt plaats op basis van de richtlijnen van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDD&B) en de afspraken die gemaakt zijn met de minister van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en de zorgverzekeraars. Indien u nadere informatie wenst over deze regeling en over de wijze waarop de school u in dit proces kan ondersteunen kunt u het beste contact opnemen met de intern begeleider (IB-er) van onze school. Tijdens een gesprek met de intern begeleider en de leerkracht kunnen alle zaken die met aanmelding, diagnostiek, behandeling en communicatie te maken hebben aan de orde worden gesteld.
Kinderen met een handicap
In principe zijn alle kinderen welkom die behoren tot het normale voedingsgebied van de school. Bij aanmelding wordt bekeken of verwacht mag worden dat het team dit kind kan begeleiden zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen. De intake/aanname van kinderen met een handicap verloopt via de procedure zoals vermeld in "beleidsnotitie t.a.v. de gehandicapte leerling op Burgst".
Het onderwijskundig rapport
Bij het vertrek van een leerling vanwege bijvoorbeeld verhuizing naar elders of vertrek naar een andere school stuurt Burgst een onderwijskundig rapport naar de nieuwe school. Daarin staan de gegevens van het kind, eventuele leerbelemmeringen en aandachtspunten, de vorderingen bij de leer- en vormingsgebieden, een overzicht van gebruikte methodes en eventuele opmerkingen. Buiten het origineel dat naar de nieuwe school wordt gestuurd gaat er één afschrift naar de ouders en één afschrift in het dossier van Burgst.
Overige instellingen
Om met eventuele problemen op onze school goed te kunnen omgaan onderhouden we ook regelmatige contacten met een aantal welzijnsinstellingen zoals de GGD, GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg), Bureau vertrouwensarts, Boddaertcentrum.
Uiteraard speelt de GGD een belangrijke rol: gedurende hun schoolperiode zullen de kinderen een aantal keren worden onderzocht door de schoolarts cq. schoolverpleegkundige.
Samenwerkingsverbanden
Om met onze school in te kunnen spelen op allerlei zaken om ons heen, werken wij samen met een aantal instanties en betrokkenen. Om te beginnen met de andere nutsscholen in Breda. In Breda bestaan naast onze school nog 3 nutsscholen: de Hoogakker, Boeimeer en Dirk van Veen. Deze scholen vallen onder hetzelfde bestuur en de samenwerking betreft personeelszaken,financiële zaken en vooral ook onderwijszaken. In het kader van bestuurlijke samenwerking heeft het Nutsbestuur een relatie met het bestuur van de bijzonder neutrale Montessorischool in Oosterhout. We hebben een samenwerkingsverband met een aantal basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs, gericht op zorgverbreding. Ook hebben we goede contacten met de scholen voor voortgezet onderwijs. Onze samenwerking met de Onderwijs Begeleidingsdienst Breda (EDUX) leggen we jaarlijks vast in een begeleidingsovereenkomst gericht op het begeleiden van ons onderwijssysteem en gericht op de begeleiding van individuele leerlingen. Deze overeenkomst omvat ook het gebruik maken van een aantal faciliteiten van EDUX. Op het gebied van opleidingen voor leerkrachten werken we samen met de PABO te Breda en soms met andere opleidingen.
