AAAPrint deze pagina
Onderwijsmodel

Sinds enkele jaren werkt Burgst met de uitgangspunten en visie van het onderwijsmodel "Basisontwikkeling". Dit heeft zich thans een plaats verworven in de onderbouw (groepen 1 en 2).
De ontwikkeling in de hele basisschool maar zeker in de onderbouw is van groot belang. Uitval naar het speciaal onderwijs is juist in de groepen 3 en 4 het hoogst door problemen bij taal, rekenen en lezen. Als kinderen tot ontwikkeling willen komen dan moeten de voorwaarden aanwezig zijn die dit mogelijk maken:

  • kinderen moeten vrij zijn van emotionele belemmeringen
  • kinderen moeten zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld hebben
  • kinderen moeten nieuwsgierig, onderzoekend en ondernemend zijn.

Deze permanente voorwaarden zijn er niet vanzelf maar zijn altijd nodig om tot leren te kunnen komen. Daarnaast zijn vaardigheden op de volgende gebieden nodig om een brede persoonlijkheidsontwikkeling mogelijk te maken:

  • actief zijn, initiatief nemen
  • communiceren en taal
  • samen spelen en samen werken
  • verkennen van de wereld
  • uiten en vormgeven
  • voorstellingsvermogen en creativiteit
  • omgaan met symbolen, tekens en betekenissen
  • zelfsturing en zelfreflectie
  • onderzoeken, redeneren en probleemoplossen.


Voor elk van deze kwaliteiten geldt dat er een ontwikkelingsproces achter zit; de doelen zijn niet op een vast moment te bereiken.
Je kunt ook niet aangeven wat een kind precies moet kennen of kunnen op een bepaald gebied. Ook zijn er vaardigheden nodig om deel te kunnen nemen aan sociaal-culturele activiteiten. De hier gewenste kennis en vaardigheden bevinden zich op de volgende terreinen:

  • motorische vaardigheden
  • kunnen waarnemen en ordenen
  • woorden en begrippen (niet het aanleren van losse woorden, maar de betekenis van woorden binnen een context leren)
  • sociale vaardigheden
  • gereedschappen en technieken
  • kunnen schematiseren (leren omgaan met symbolen en tekens)
  • hoeveelheden en bewerkingen
  • geschreven en gedrukte taal (het adequaat gaan gebruiken van letters).
Werken in hoeken

Het belangrijkste argument voor het werken in hoeken is dat kinderen zich ontwikkelen door middel van activiteiten die naast elkaar voorkomen en elkaar beïnvloeden: diverse vormen van spel, constructief spel, samen praten en denken, lees-schrijfactiviteiten en wiskundige activiteiten. Dit geldt voor de hele onderbouw. Welke hoeken zou je in een klas kunnen aantreffen?

  • huishoek (rollenspel huishouden)
  • wisselende speelhoeken (winkel, ziekenhuis, postkantoor,..)
  • bouw- en constructiehoek
  • knutselhoek    
  • teken- en schilderhoek
  • zand- en waterhoek        
  • timmerhoek
  • kring
  • lees-luisterhoek
  • keukenhoek

Natuurlijk passen niet al deze hoeken in een klas! Er kunnen ook hoeken op de gang of een andere centrale plaats zijn, de leerkracht maakt een keuze of wisselt eens af. Ook kan de leerkracht hoeken combineren.
De principes van de basisontwikkeling in de activiteiten rond thema's zijn in de hoeken terug te vinden In een huishoek moeten kinderen dus het échte kunnen herkennen. Een tafeltje met enkele stoeltjes eromheen en een plantje op tafel is niet voldoende. Er is een echte entree nodig en binnen moeten ook vele aspecten van een huiskamer en/ of keuken te vinden zijn.

Je moet dus "echt kunnen koken" in de keuken! Dat betekent dat er vele attributen nodig zijn. Ook is interactie met andere hoeken nodig, b.v. vanuit de huishoek kunnen gaan winkelen.  Leerkrachten zullen de ouders als dat nodig is geregeld vragen om attributen zoals spulletjes voor de winkel, schoenen, potjes, serviesgoed, spullen voor in het postkantoor, enz... Vaak kunnen ouders ons ook vanuit hun eigen beroepssituatie helpen aan bepaalde materialen. We hopen dan op uw medewerking!